Sinds 1 januari 2023 moet een kantoorgebouw minimaal energielabel C hebben, in de wet vastgelegd als maximaal 225 kWh per vierkante meter per jaar aan primair fossiel energiegebruik. Voldoet het gebouw niet, dan mag het niet als kantoor gebruikt worden. Het is dus een gebruiksverbod, geen boete. Er gelden wel acht uitzonderingen.
Een gebouw met een kantoorfunctie van minstens 100 m² moet minimaal energielabel C hebben. Beslaat het kantoor meer dan de helft van het totale gebouwoppervlak, dan telt het hele gebouw mee. Het gaat om de feitelijke functie zoals die geregistreerd staat, niet om wat er in het huurcontract is afgesproken.
Bedrijfshallen, opslagruimte, winkels, horeca en bedrijfsruimte zonder zelfstandige kantoorfunctie vallen erbuiten. Ook een kantoor dat minder dan de helft van het gebouw beslaat is uitgezonderd, net als monumenten. Panden die binnen twee jaar worden gesloopt, getransformeerd of onteigend hoeven evenmin.
De sanctie is geen boete maar een gebruiksverbod: voldoet het gebouw niet, dan mag het niet als kantoor worden gebruikt. In de praktijk begint het met een aanschrijving van de omgevingsdienst en een hersteltermijn van twaalf weken om alsnog een geldig label te registreren of een verbeterplan in te dienen. De uitvoeringstermijn is maximaal een jaar. Daarna kan een last onder dwangsom volgen, met als landelijk richtbedrag 2.000 euro per week met maximaal tien termijnen voor een gemiddeld kantoorgebouw. Praktischer is het risico bij verkoop, verhuur of financiering: koper, huurder en bank vragen standaard naar het label.
De 100 m²-grens en de 50 procent-regel zijn losse uitzonderingen die verschillend rekenen. Bij de 100 m²-grens tellen kantoorfuncties én nevenfuncties samen, en tellen meerdere kantoren in één gebouw op. Bij de 50 procent-regel gaat het alleen om het aandeel kantoorfuncties in het totale gebouw, en tellen nevenfuncties juist niet mee. Een bedrijfsunit met 80 m² kantoor in een hal van 600 m² valt op allebei de gronden buiten de plicht.
Kunt u label C niet halen met maatregelen die zich binnen tien jaar terugverdienen, dan hoeft u die maatregelen niet te treffen. De maatregelen met een kortere terugverdientijd moet u wel doen, en u moet dit zelf onderbouwen richting het bevoegd gezag. Er bestaat een officiële maatregelenlijst waarmee de omgevingsdienst dat gesprek voert.
Als de plicht geldt, is de volgende vraag niet óf u iets doet maar wát. Het volledige pakket naar label C verdient zich zelden terug op de energierekening alleen; de eerste maatregelen wel. Wie alleen doet wat nodig is, komt op een aanzienlijk kortere terugverdientijd uit dan wie alles tegelijk aanpakt.
Valt uw pand onder een van deze gronden, dan geldt de plicht niet. Twee drempels worden vaak door elkaar gehaald: de 100 m²-grens en de 50 procent-regel zijn losse uitzonderingen die anders rekenen.
Nee. De plicht geldt alleen voor gebouwen met een kantoorfunctie vanaf 100 m². Een bedrijfshal, opslagruimte of winkel valt erbuiten, ook als er een klein kantoortje in zit.
Beslaat de kantoorfunctie minder dan de helft van het totale gebruiksoppervlak, dan geldt de plicht niet voor het gebouw.
Er is geen vast boetebedrag. De sanctie is een gebruiksverbod: het pand mag niet als kantoor worden gebruikt. In de praktijk krijgt u eerst een aanschrijving met twaalf weken hersteltermijn. Daarna kan een dwangsom volgen, met als landelijk richtbedrag 2.000 euro per week en maximaal tien termijnen.
Nee. RVO stelt expliciet dat het voor kantoren niet wettelijk verplicht is om in 2030 label A te hebben. Dat idee komt uit het Energieakkoord van 2013 en was een streefbeeld voor de gemiddelde voorraad, geen norm per gebouw. Veel commerciële websites presenteren het ten onrechte als verplichting.
Uit de herziene Europese richtlijn volgt dat de 16 procent slechtst presterende utiliteitsgebouwen in 2030 verbeterd moet zijn, en 26 procent in 2033. Nederland moet die normen uiterlijk 1 januari 2027 hebben ingevoerd. Het kabinet heeft het voornemen uitgesproken te mikken op in het algemeen minimaal label D in 2030, maar dat is nog niet vastgelegd in wetgeving.
Toets uw situatie aan de acht uitzonderingsgronden hierboven, met name de 100 m²-grens en de 50 procent-regel, en meld dat onderbouwd terug bij de omgevingsdienst binnen de hersteltermijn.