U schrijft af over de aanschafwaarde min de grondwaarde en de restwaarde, verdeeld over de verwachte gebruiksduur. In de praktijk komt dat neer op 2 tot 3,3 procent per jaar. Afschrijven mag tot de bodemwaardeDe ondergrens waaronder u een pand fiscaal niet verder mag afschrijven. Sinds 2024 is die voor alle bedrijfspanden gelijk aan de WOZ-waarde., en die is sinds 1 januari 2024 gelijk aan 100 procent van de WOZ-waarde, voor alle bedrijfspanden en in zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting.
Een bedrijfspand op de balans wordt in jaarlijkse stappen afgeschreven, maar niet onbeperkt. U schrijft af over de aanschafwaarde min de grondwaarde en de restwaarde, verdeeld over de verwachte gebruiksduur. Er is geen wettelijk vast percentage voor panden; in de praktijk wordt gerekend met een gebruiksduur van 30 tot 50 jaar, ofwel ongeveer 2 tot 3,3 procent per jaar. Zodra de boekwaardeDe waarde waarvoor het pand op uw balans staat: de aanschafprijs min de afschrijvingen tot nu toe. Verkoopt u erboven, dan is het verschil belaste winst. de bodemwaarde bereikt, stopt de afschrijving.
De Belastingdienst is daar stellig over. U moet de koopsom splitsen in een grondcomponent en een opstalcomponent, en alleen de opstal is afschrijfbaar. Bij een bedrijfspand op een ruim perceel kan dat een aanzienlijk deel van de koopsom buiten de afschrijving houden.
Tot en met 2023 gold in de inkomstenbelasting bij een pand in eigen gebruik een bodemwaarde van 50 procent van de WOZ. In de vennootschapsbelasting was dat al sinds 2019 100 procent. Per 1 januari 2024 is alles gelijkgetrokken naar 100 procent van de WOZ, voor alle gebouwen. Veel informatie op internet noemt nog de oude 50 procent; dat klopt niet meer.
Door gestegen WOZ-waarden staat een groot deel van de bedrijfspanden inmiddels op of onder de bodemwaarde. Dan is er geen jaarlijkse aftrekpost meer, terwijl onderhoud, verzekering en energie gewoon doorlopen. Dat maakt aanhouden fiscaal minder aantrekkelijk dan veel eigenaren denken.
Een verbeteringsinvestering verhoogt de boekwaarde, maar levert alleen afschrijving op voor zover die boven de bodemwaarde uitkomt. Staat het pand al op de bodemwaarde, dan is de investering fiscaal voorlopig een dood bedrag; u krijgt het pas terug bij verkoop via een lagere boekwinst. Een verbouwing kan bovendien de WOZ-waardeDe waarde die de gemeente jaarlijks aan uw pand toekent voor de belastingen. Sinds 2024 bepaalt die ook tot waar u fiscaal mag afschrijven. verhogen, waardoor de bodemwaarde meestijgt.
Dit is het punt dat vrijwel nergens goed wordt uitgelegd. De EIA is een zelfstandige aftrekpost van de winst en staat los van de afschrijving. Kunt u niet meer afschrijven, dan houdt u de EIA nog steeds: 40 procent van de investering extra aftrekbaar, wat bij het hoge vpb-tarief neerkomt op ongeveer 10 procent van de investering.
Verkoopt u boven de boekwaarde, dan is dat verschil fiscaal winst. Bij een pand dat ver is afgeschreven en in waarde is gestegen, kan die afrekening fors zijn. Met een herinvesteringsreserveFiscale reserve waarmee u belasting over de boekwinst uitstelt. U moet dan uiterlijk drie jaar na het jaar waarin u de reserve vormde herinvesteren, bij een pand in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie. kunt u die heffing onder voorwaarden uitstellen als u binnen drie jaar herinvesteert in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie.
De bodemwaarde bepaalt wanneer uw afschrijving stopt. Sinds 2024 is die voor alle gebouwen gelijkgetrokken.
Een verduurzaming van 150.000 euro in een bv met een tarief van 25,8 procent, volledig gemeld voor de energie-investeringsaftrek. Of u nog kunt afschrijven maakt het verschil.
Let op: het afschrijvingsvoordeel loopt over dertig jaar of langer en is contant gemaakt veel minder waard dan de EIA. Bovendien is het uitstel: bij verkoop verhoogt de lagere boekwaarde de boekwinst.
Bijna 39.000 euro verschil bij precies dezelfde investering en hetzelfde tarief. Alleen de verhouding tussen boekwaarde en WOZ-waarde verschilt.
Tot de bodemwaarde. Sinds 1 januari 2024 is die voor alle bedrijfspanden gelijk aan 100 procent van de WOZ-waarde, in zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting.
Dat gold tot en met 2023 in de inkomstenbelasting. Sinds 2024 is het 100 procent voor alle gebouwen. Er gold een overgangsregeling van drie boekjaren, die inmiddels grotendeels is uitgewerkt.
Er is geen vast percentage. U schrijft af over de aanschafwaarde min grondwaarde en restwaarde, verdeeld over de verwachte gebruiksduur. In de praktijk komt dat vaak neer op 2 tot 3,3 procent per jaar.
Nee. U moet de koopsom splitsen in grond en opstal; alleen de opstal is afschrijfbaar.
Ja, want de energie-investeringsaftrekFiscale regeling waarmee u in 2026 veertig procent van een investering die op de Energielijst staat extra van de winst mag aftrekken. Melden bij RVO moet binnen drie maanden na het geven van de opdracht. staat los van de afschrijving. U mist het afschrijvingsvoordeel, maar houdt de 40 procent extra aftrek. In ons rekenvoorbeeld scheelt dat bijna 39.000 euro op dezelfde investering van 150.000 euro.
Zit het pand in box 3, dan niet: daar bestaat geen afschrijving en ook geen investeringsaftrek. Zit het in box 1 als terbeschikkingstelling of ondernemingsvermogen, dan gelden dezelfde regels.
Over het verschil tussen verkoopprijs en boekwaarde wordt afgerekend. In een bv is dat 19 procent tot 200.000 euro winst en 25,8 procent daarboven. Met een herinvesteringsreserve kunt u de heffing onder voorwaarden uitstellen.